Trainen, een term die in de volksmond makkelijk wordt gebruikt. Wil je beter, gezonder, sterker, sneller worden? Dan moet er getraind worden. Maar wat is training eigenlijk? Wat bedoelen we eigenlijk als we zeggen “ik ben even trainen!”. Gewoon Lekker Rennentrainer Ben Vriends verduidelijkt het komende half jaar de basisprincipes van training. Alle dikgedrukte woorden zijn trainingstermen die worden behandeld.

 

Om training te kunnen begrijpen moeten we terug naar de basiseffecten van stress op het menselijk lichaam.

Ons lichaam is altijd op zoek naar homeostase. Dit is de interne balans van ons lichaam. Wanneer het lichaam geprikkeld wordt door het uitvoeren van een training is de homeostase tijdelijk verstoord. Het lichaam is een klein beetje beschadigd en uit zijn comfortzone gehaald.

De verstoring zorgt ervoor dat het lichaam zichzelf gaat aanpassen op de prikkel (ook wel stimulus genoemd) die is aangebracht. Dit fenomeen heet adaptatie, het zorgt ervoor dat het lichaam zich aanpast aan de training en makkelijker in balans blijft zodra er weer getraind wordt. Adaptatie kan alleen plaats vinden als er ook rust zit tussen de prikkels. Er wordt niet voor niets vaak gezegd dat rust één van de beste trainingen is. Te veel rust levert echter geen winst meer op. Er is dan geen rekening gehouden met de juiste retentie. Goede trainingsschema’s houden rekening met de verhouding tussen belasting en belastbaarheid op basis van de staat van het lichaam en alle stressoren in de gemiddelde week, maand en jaar van de hardloper. Een goede cyclus van inspanning en rust wordt binnen trainingsleer aangeduid als periodisering.

 “Er wordt niet voor niets vaak gezegd dat rust één van de beste trainingen is”

 

Tijdens het herstellen van het lichaam in de rustfase gebeuren er allerlei bewonderenswaardige dingen. Er vindt supercompensatie plaats. Dit wil zeggen dat het lichaam zichzelf niet alleen repareert maar zich zelfs een stukje sterker maakt dan dat het van tevoren was. Zo worden hart, longen en bloedtransport verbeterd door het efficiënter worden van het cardiovasculaire systeem, wordt de aansturing van je lichaam verbeterd in het neuromusculaire systeem maar zal ook het brein in staat zijn om alle sensorische feedback te verwerken als master controller.

 

“Het brein bepaalt bij vrijwillige inspanning in 99% van de gevallen wanneer het lichaam stopt of langzamer gaat”

 

Het brein bepaalt bij vrijwillige inspanning in 99% van de gevallen wanneer het lichaam stopt of langzamer gaat. Dit doet het brein uit bescherming en om een bepaalde reserve te bewaren voor wanneer het echt nodig is, bijvoorbeeld om te kunnen vluchten. Hetzelfde brein bepaalt ook wanneer het weer klaar is om te gaan trainen. Maar later meer daarover.

Training is dus de aanpassing van het lichaam op één stimulus of een serie daarvan met de juiste verhouding van arbeid en rust. In de komende serie gaan we dieper in op alle eerdergenoemde begrippen.